shutterstock ambtenarenrecht 1141x150

WW-uitkering

Ambtenaren konden tot 2001 in de meeste gevallen aanspraak maken op wachtgeld. Dat was een bijzonder gunstige regeling voor ambtenaren, die hun baan verloren. De hoogte van de wachtgeld uitkering was bovendien gunstiger dan de gewone WW-uitkering.

Vanaf 1 januari 2001 vallen ambtenaren echter onder het regime van de Werkloosheidswet. Om het verschil tussen de hoogte van het (toenmalige)wachtgeld en de WW-uitkering te compenseren kunnen ambtenaren in veel gevallen aanspraak maken op de zogenaamde bovenwettelijke uitkering. Deze bovenwettelijke uitkering wordt per overheidssector geregeld en kan onderling aanzienlijk verschillen. Er is een aanvullende uitkering, die de WW-uitkering aanvult tot een bepaald percentage en er is een aansluitende uitkering, die pas na afloop van de WW-uitkering wordt uitgekeerd. Anders dan de Werkloosheidswet heeft de bovenwettelijke uitkering geen maximum dagloon, waardoor de aanvullende en aansluitende uitkering nooit minder dan 70% van het laatst genoten salaris bedraagt. Dit is vooral gunstig voor ambtenaren met een hoger salaris.

Er is getracht om de bovenwettelijke uitkering zoveel mogelijk te laten aansluiten op de Werkloosheidswet. Een ambtenaar ontvangt dan ook alleen een bovenwettelijke uitkering in het geval hij recht heeft op een WW-uitkering.

Vanaf 1 oktober 2006 heeft een ambtenaar volgens de Werkloosheidswet (WW) recht op een uitkering wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan. De betreffende ambtenaar moet:

  • verzekerd zijn voor de WW;
  • werkloos zijn;
  • geen recht hebben op loondoorbetaling door de (voormalig) werkgever;
  • beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt;
  • voldoen aan de wekeneis, dat wil zeggen er moet in de 36 weken voorafgaande aan de werkloosheid in ten minste 26 weken onmiddellijk voorafgaande aan de werkloosheid als werknemer gewerkt zijn;
  • voldoen aan de zogenaamde 4 uit 5 eis, dat wil zeggen in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin de persoon werkloos is geworden, moet er gedurende vier jaren over 52 dagen of meer loon zijn ontvangen.

De loongerelateerde uitkering

Iemand die voldoet aan de hierbovengenoemde wekeneis heeft in ieder geval recht op een loongerelateerde uitkering van 3 maanden. Deze uitkering bedraagt de eerste 2 maanden 75% van het dagloon en vanaf de derde maand 70% van het dagloon.

Langere uitkering

Om voor een langere uitkering in aanmerking te komen, moet iemand niet alleen voldoen aan de wekeneis. Iemand moet daarnaast voldoen aan de 4 uit 5 eis. Wie daaraan voldoet krijgt per jaar arbeidsverleden 1 maand uitkering. De maximale termijn waarop recht bestaat op een uitkering bedraagt 3 jaar en 2 maanden.

Vervolguitkering

De vervolguitkeringen voor iemand die na 11 augustus 2003 werkloos is geworden zijn door het kabinet inmiddels afgeschaft, wat betekent dat iemand na de loongerelateerde en eventueel na de daarop volgende langere uitkering in de bijstand vervalt, mits de partner geen inkomen heeft en de betreffende persoon ook geen vermogen heeft (bijvoorbeeld de overwaarde in een eigen huis).

Aanvraag en ingangsdatum van de uitkering

De uitkering dient uiterlijk de eerste werkloosheidsdag bij het UWV te worden aangevraagd, omdat het recht op uitkering anders later ingaat.