shutterstock statutair directeur 1141x450

WW-uitkering

Vanaf 1 oktober 2006 heeft iemand volgens de Werkloosheidswet (WW) recht op een WW-uitkering wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan. De betreffende persoon moet:

  • verzekerd zijn voor de WW;
  • werkloos zijn;
  • geen recht hebben op loondoorbetaling door de (voormalig) werkgever;
  • beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt;
  • voldoen aan de wekeneis, dat wil zeggen er moet in de 36 weken voorafgaande aan de werkloosheid in ten minste 26 weken onmiddellijk voorafgaande aan de werkloosheid als werknemer gewerkt zijn;
  • niet door eigen schuld werkloos zijn geworden, als de werknemer zelf ontslag neemt heeft hij alleen in uitzonderingssituaties recht op een WW-uitkering.

Wijzigingen per 1 januari 2016

De volgende wijzigingen gelden per 1 januari 2016 en voor iedereen die op of na 1 januari 2016 werkloos wordt:

De maximale duur van de WW-uitkering,namelijk 36 maanden, is vanaf 1 januari 2016 korter geworden. Dit gaat stapsgewijs; ieder kwartaal gaat er een maand vanaf. Vanaf 1 april 2019 is de maximale duur van een WW-uitkering 24 maanden (2 jaar).

Daarnaast wijzigt de opbouw van de WW-uitkering. De eerste tien jaar wordt voor elk jaar dienstverband een maand WW-uitkering gerekend. Na tien dienstjaren komt er voor ieder dienstjaar een halve maand uitkering bij. Bij vijftien jaar dienstverband, heeft de werkloze dus recht op 10 x 1 maand + 5 x halve maand = 12,5 maanden WW-uitkering. De dienstjaren die zijn opgebouwd vóór 1 januari 2016, blijven meetellen voor 1 maand uitkering.

Vervolguitkering

De vervolguitkeringen voor iemand die na 11 augustus 2003 werkloos is geworden zijn door het kabinet inmiddels afgeschaft, wat betekent dat iemand na de loongerelateerde en eventueel na de daarop volgende langere uitkering in de bijstand vervalt, mits de partner geen inkomen heeft en de betreffende persoon ook geen vermogen heeft (bijvoorbeeld de overwaarde in een eigen huis).

Aanvraag en ingangsdatum van de uitkering

De uitkering dient uiterlijk de eerste werkloosheidsdag bij het UWV WERKbedrijf te worden aangevraagd, omdat het recht op uitkering anders later ingaat. Bovendien dient er rekening mee te worden gehouden dat een uitkering vaak pas begint te lopen na de zogenaamde fictieve opzegtermijn. Dit is in het bijzonder het geval als een ontslagvergoeding door de werkgever is verstrekt. De duur van de fictieve opzegtermijn is afhankelijk van de duur van de voor de werkgever geldende opzegtermijn en kan variëren van één tot drie maanden.