shutterstock onderwijs 1141x450

Ontslag wegens andere redenen van gewichtige aard (bijv. conflict of verstoorde arbeidsrelatie)


Stel: het contact en de samenwerking met uw werkgever is altijd goed geweest. Plotseling, bijvoorbeeld door een nieuwe leidinggevende ontstaat er tussen u en uw werkgever een stroeve en moeizame relatie. Dit kan voor de onderwijsinstelling reden zijn om de arbeidsovereenkomst met u te willen beëindigen.

Ontslagcriteria

Indien het bovenstaande speelt, kan uw werkgever proberen om de arbeidsovereenkomst met u te beëindigen op grond van een verstoorde arbeidsrelatie, ook wel incompabilité des humeurs genoemd. Het si echter de werkgever die zal moeten aantonen dat de arbeidsrelatie zodanig verstoord is of dat het conflict zodanig is geëscaleerd dat een voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet langer van de werkgever verlangd kan worden.

De voorwaarden waaraan voldaan moet zijn wil een werkgever met succes een ontslagprocedure voeren op basis van een verstoorde arbeidsrelatie: de werkgever moet aantonen dat er sprake is van een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie.

De werkgever moet dan wel aantonen dat er serieuze pogingen zijn ondernomen om de problematiek op te lossen bijvoorbeeld met behulp van mediation.

Het komt voor dat in een dergelijke situatie sprake is van samenloop met discussies over (dis)functioneren van u als werknemer. Er is dan vaak sprake van een verwijt aan uw adres met betrekking tot de wijze waarop u uw functie vervult. Zie hierover hetgeen is vermeld bij de vorige ontslaggrond.

In elk geval geldt dat alle aan het ontslag ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden door de werkgever, aannemelijk gemaakt moeten worden. Hiervoor is het noodzakelijk, dat de werkgever een en ander schriftelijk heeft vastgelegd in de vorm van functionerings- of beoordelingsrapporten, waarschuwingsbrieven, notulen van besprekingen met u etc.

Toetsing van het (voorgenomen) ontslag

Als u en uw werkgever het oneens zijn over de vraag of het (voorgenomen) ontslag aan de hierboven genoemde criteria voldoet, is het afhankelijk van de vraag of het gaat om openbaar of bijzonder onderwijs welke instantie bevoegd is te beoordelen over het ontslag.

In geval van bijzonder onderwijs krijgt u te maken met de Kantonrechter of de Commissie van Beroep.

In geval van openbaar onderwijs heeft u eerst te maken met een bezwaarcommissie en daarna met de rechtbank en eventueel de Centrale Raad van Beroep.

Arbeidsrecht in het openbaar onderwijs is te kwalificeren als ambtenarenrecht en wordt dus beheerst door de Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast is de per onderwijstak eventueel van toepassing zijnde CAO van belang.

Meer over deze procedures leest u verder in “ontslagprocedures”.

Wat moet u doen als u als onderwijsmedewerker wordt geconfronteerd met een (voorgenomen) ontslag wegens andere redenen van gewichtige aard?

Maak altijd bezwaar tegen het ontslag. Dat wil zeggen:

  • teken niet voor akkoord;
  • vraag om een schriftelijke bevestiging van het (voornemen om een) ontslag (besluit te nemen);
  • houd u beschikbaar voor uw werk;
  • reageer altijd schriftelijk op eventuele kritiek van de werkgever op uw houding en/of uw functioneren;
  • ga niet akkoord met non-actief stelling, vrijstelling van werk of betaald verlof tot de datum van ontslag;
  • weiger voor de datum van het ontslag bedrijfseigendommen (laptop, telefoon, auto, bedrijvenpas, etc) in te leveren;
  • probeer zoveel mogelijk relevante documenten te verzamelen, die zicht kunnen geven op uw functioneren (omzetgegevens, positieve
  • beoordelingsrapporten, e-mailberichten van u en/of de werkgever, collega's of klanten). Let wel op dat u zich niet schuldig maakt aan verduistering of diefstal bij het verzamelen van deze documenten;
  • denk aan de termijnen waarbinnen u bezwaar kunt maken en beroep kunt aantekenen;
  • bel of e-mail zo spoedig mogelijk Allied Advocaten.

Overigens worden veel van deze zaken buiten de rechter of om tussen partijen, vaak met behulp van een advocaat, in der minne geregeld. Dit leest u verder in “ontslag met wederzijds goedvinden”.