shutterstock onderwijs 1141x450

Ontslag vanwege ziekte en arbeidsongeschiktheid

Een werknemer heeft vanaf de eerste dag van zijn/haar ziekte, gedurende 104 weken recht op doorbetaling van minimaal 70% van het laatst verdiende loon. Na deze 104 weken moet de werknemer een WIA-uitkering aanvragen. Daarnaast is met ingang van 1 april 2002 de Wet Verbetering Poortwachter van kracht. Deze wet is bedoeld om de werkgever en de werknemer sneller te laten ingrijpen in het eerste jaar dat de werknemer ziek is. Zowel de werkgever als de werknemer hebben de verplichting om zich in te spannen en om mee te werken aan re-integratie (terugkeer) in het arbeidsproces. De ziekte van de werknemer kan voor de werkgever n sommige gevallen leiden tot de wens van de werkgever om het dienstverband met u te beëindigen.

Ontslagcriteria

De onderwijsinstelling dient bij een voorgenomen ontslag echter met het volgende rekening te houden, wanneer hij u tijdens ziekte wenst te ontslaan:

  • de werknemer dient minimaal 2 jaar onafgebroken ziek geweest te zijn;
  • herstel van de werknemer is de komende 6 maanden niet te verwachten;
  • re-integratie (terugkeer) in de eigen functie of in een andere (aangepaste) functie binnen de onderwijsinstelling is niet mogelijk;
  • indien sprake is van minder dan 35% arbeidsongeschiktheid is ontslag niet mogelijk (ook niet na 2 onafgebroken jaren) tenzij sprake is van een zwaarwegend dienstbelang. Hiervan is niet snel sprake omdat hieronder alleen wordt verstaan dat handhaving van de werknemer tot ernstige financiële problemen voor de werkgever moet leiden. Bovendien dient te worden bedacht dat afspraken moeten worden gemaakt over de inhoud en beloning van de functie waarin iemand intern wordt herplaatst. Het eventuele verschil tussen het oude en nieuwe salaris moet gedurende een periode van 5 jaar voor 65% worden gecompenseerd.

Naast hetgeen in de WIA en de Wet Verbetering Poortwachter is geregeld, dient te worden bedacht dat voor de werkgever en het onderwijspersoneel vele voorschriften gelden die staan vermeld in het Besluit Ziekte en Arbeidsongeschiktheid (BZA) en de WOVO (voor het Voortgezet onderwijs).

Toetsing van het ontslag

Als u het oneens bent over de vraag of het (voorgenomen) ontslag aan de hierboven genoemde criteria voldoet, is het afhankelijk van de vraag of het gaat om openbaar of bijzonder onderwijs, welke instantie bevoegd is te beoordelen over het ontslag.

In geval van bijzonder onderwijs krijgt u te maken met de Kantonrechter of de Commissie van Beroep.

In geval van openbaar onderwijs heeft u eerst te maken met een bezwaarcommissie en daarna met de rechtbank en eventueel de Centrale Raad van Beroep.

Daarbij is een advies van UWV omtrent de arbeidsongeschiktheid van u als werknemer van belang.

Alles over het verloop van deze twee mogelijke (ontslag)procedures leest u in het hoofdstuk de ontslagprocedures. Ook wordt hier nader ingegaan op de verschillen tussen deze procedures.

Wat moet u doen als u als werknemer wordt geconfronteerd met een (dreigend) ontslag vanwege ziekte en arbeidsongeschiktheid?

Maak altijd bezwaar tegen het ontslag. Dat wil zeggen:

  • teken niet voor akkoord;
  • vraag om een schriftelijke bevestiging van het (voorgenomen) ontslag;
  • protesteer schriftelijk tegen het (voornemen van een) ontslag (besluit);
  • houd u beschikbaar voor uw werk;
  • bestrijd de visie van uw werkgever dat reïntegratie (terugkeer) onmogelijk is;
  • als u slechts gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent, ga dan niet akkoord met non-actief stelling, vrijstelling van werk of betaald verlof;
  • weiger bedrijfseigendommen (laptop, telefoon, lease-auto, bedrijvenpas, etc.) in te leveren tot de ontslagdatum;
  • denk aan de termijnen waarbinnen u bezwaar kunt maken en beroep kunt aantekenen;
  • bel of e-mail zo spoedig mogelijk Allied Advocaten

Overigens worden veel van deze zaken buiten de rechter om tussen partijen in der minne geregeld, vaak met behulp van een ontslagadvocaat, Dit leest u verder in ontslag “met wederzijds goedvinden”.