shutterstock onderwijs 1141x450

Ontslag op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van de functie anders dan wegens ziekte

In veel ontslagzaken is de werkgever van mening dat de werknemer niet goed functioneert. Dat disfunctioneren, kan liggen in de uitvoering van de werkzaamheden of in de houding van de werknemer naar de werkgever, naar klanten of naar andere werknemers toe. Bekende verwijten van de werkgever zijn in dat soort gevallen:

  • hij is niet in staat orde te houden in de klas;
  • hij is niet in staat om kennis over te dragen;
  • hij is niet in staat om zijn niet-lesgevende taken op juiste wijze uit te voeren;
  • hij is niet in staat om op correcte en zakelijke wijze om te gaan met leerlingen of ouders;
  • hij is niet in staat samen te werken met collega's of met directieleden.

Ontslagcriteria

Aan welke voorwaarden moet er voldaan zijn wil een werkgever met succes een ontslagprocedure voeren op basis van disfunctioneren of ongeschiktheid voor de functie van een van zijn werknemers?

  • de werkgever moet aantonen dat de werknemer niet geschikt is voor zijn functie;
  • de werkgever moet aantonen dat hij de werknemer herhaaldelijk op zijn disfunctioneren heeft gewezen. Hierbij is van belang dat in de cao's is voorgeschreven dat functionerings- en beoordelingsgesprekken moeten zijn gevoerd. Ook een assessment kan behulpzaam zijn bij het vormen van een oordeel omtrent iemands deskundigheid en vaardigheden.
  • de werkgever moet aantonen dat hij de werknemer voldoende heeft begeleid, bijvoorbeeld door het inschakelen van interne of externe deskundigen en het aanbieden van scholing of faciliteiten aan de werknemer.

Bovengenoemde omstandigheden zult u als werkgever aannemelijk moeten maken. De enige manier waarop u dat kan, is als een en ander schriftelijk is vastgelegd in de vorm van verslagen van functionerings- of beoordelingsgesprekken, waarschuwingsbrieven, notulen van besprekingen tussen werkgever en werknemer of andere schriftelijke verslagen.

Toetsing van het ontslag

Als u en uw werknemer het oneens zijn over de vraag of het (voorgenomen) ontslag aan de hierboven genoemde criteria voldoet, is het afhankelijk van de vraag of het gaat om openbaar of bijzonder onderwijs welke instantie bevoegd is te beoordelen over het ontslag.

In geval van bijzonder onderwijs krijgt u te maken met de Kantonrechter of de Commissie van Beroep.

In geval van openbaar onderwijs heeft u eerst te maken met een bezwaarcommissie en daarna met de rechtbank en eventueel daarna de Centrale Raad van Beroep.

Alles over het verloop van deze twee mogelijke (ontslag)procedures leest u in het hoofdstuk de "ontslagprocedures". In dat hoofdstuk zal ook nader worden ingegaan op de verschillen tussen deze procedures.

Overigens worden veel van deze zaken buiten de rechter om tussen partijen, vaak met behulp van een advocaat, in der minne geregeld. Dit leest u verder in “ontslag met wederzijds goedvinden”.