shutterstock onderwijs 1141x450

Bezwaar en beroepsprocedures (openbaar onderwijs)

De bezwaarprocedure

Een onderwijsinstelling in het openbaar onderwijs is gehouden rekening te houden met de Algemene Wet Bestuurrecht (AwB) en kan niet zomaar een ontslagbesluit nemen. Zij is daarbij gebonden aan de zogenaamde “beginselen van behoorlijk bestuur”. Zo moet de onderwijsinstelling -voordat het ontslagbesluit genomen wordt-, het voornemen aan de werknemer kenbaar maken en hem/haar of de door de werknemer ingeschakelde advocaat de mogelijkheid bieden om zijn/haar zienswijze op het voorgenomen ontslag naar voren te brengen.

De onderwijsinstelling moet altijd een zorgvuldige afweging maken van alle belangen, voordat zij het besluit neemt. Verder moet een onderwijsinstelling afwegen of de nadelige gevolgen van het besluit wel evenredig zijn tot het met het besluit te dienen doel.

Als de onderwijsinstelling de beginselen van behoorlijk bestuur niet in acht heeft genomen is de kans groot dat het ontslagbesluit na bezwaar of beroep wordt vernietigd.

Binnen 6 weken nadat het ontslagbesluit aan de werknemer bekend is gemaakt, kan de werknemer bezwaar maken tegen het besluit. In de bezwaarprocedure die volgt, moet de onderwijsinstelling het besluit volledig heroverwegen.

Na het indienen van het (schriftelijke) bezwaar, volgt een zogenaamde mondelinge behandeling. Tijdens deze mondelinge behandeling van het bezwaar, kan de werknemer en/of zijn advocaat zijn/haar visie op de zaak geven. Na de mondelinge behandeling wordt een beslissing op het bezwaar genomen. De hele bezwaarprocedure dient in principe binnen 6 tot 10 weken afgerond te zijn. In de praktijk duren deze procedures echter langer.

Het beroep

Wanneer het bezwaar ongegrond is verklaard, kan de werknemer tegen de beslissing op het bezwaar binnen 6 weken in beroep gaan bij de Rechtbank. De zaak wordt eerst schriftelijk door de betrokken partijen gepresenteerd. Na ongeveer 6 maanden volgt dan een mondelinge behandeling bij de rechtbank. De uitspraak volgt in principe binnen 6 weken na de mondelinge behandeling, maar de rechtbank mag daarvan afwijken en een langere termijn aanhouden.

Het hoger beroep

Na het beroep bij de rechtbank is binnen 6 weken na de uitspraak van de rechtbank, hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep mogelijk. Ook dit is net als bij de rechtbank, een lange procedure.

Voorlopige voorziening

Omdat de bezwaar en beroepsprocedures zo lang duren en die procedures in principe het besluit niet schorsen, zou de beslissing op bezwaar of beroep wel eens als mosterd na de maaltijd kunnen komen. Om dat te voorkomen, kan de werknemer in een spoedprocedure (de zogenaamde voorlopige voorziening), schorsing van het besluit vragen, zodat de onderwijsinstelling hangende het bezwaar en/of beroep het besluit niet kan uitvoeren. Op het verzoek om een voorlopige voorziening wordt beslist door de voorzitter van het rechtelijke college dat bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak (dus de rechtbank of de Centrale Raad van Beroep).

De termijnen in de voorlopige voorziening zijn beduidend korter. Na indiening van het verzoek volgt in de regel binnen 6 weken een mondelinge behandeling door de rechtbank of de Centrale Raad van Beroep. Uitspraak volgt in de regel kort na de mondelinge behandeling.

Hoger beroep tegen een uitspraak in een voorlopige voorziening is niet mogelijk.