Hoe één onschuldig zinnetje meer dan 20.000 euro kostte !

Blog tjeu Pen ZW 355x200

Uit de eigen praktijk van advocaat en arbeidsrecht specialist Mathieu Wakim

Een ondernemer gaat met een goede vriendin van hem een arbeidsovereenkomst aan voor de periode van 6 maanden. In de arbeidsovereenkomst is de volgende standaardbepaling opgenomen:
Deze arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van 6 maanden, waarna deze arbeidsovereenkomst zonder voorafgaande opzegging automatisch van rechtswege zal eindigen.

 

In de arbeidsovereenkomst is ook nog de volgende bepaling opgenomen:
Partijen hebben het voornemen met elkaar een vast dienstverband aan te gaan.

Na de eerste 6 maanden wordt de arbeidsovereenkomst mondeling verlengd. Volgens de ondernemer voor nogmaals 6 maanden.

Als deze 6 maanden voorbij zijn, stuurt de ondernemer de werkneemster naar huis omdat hij ontevreden is over de kwaliteit van haar werk en ook omdat er te weinig werk voor haar is.

De werkneemster maakt bezwaar tegen de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Volgens haar betekent de bepaling : “Partijen hebben het voornemen met elkaar een vast dienstverband aan te gaan” dat er na de eerste 6 maanden tussen partijen reeds een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand is gekomen.

Ondanks de (voormalige) vriendschappelijke relatie tussen partijen en het feit dat de werkneemster recht heeft op een ww-uitkering, gaat deze werkneemster met haar claim naar de kantonrechter. Daar vordert zij wedertewerkstelling en doorbetaling van haar salaris.

De kantonrechter geeft de ondernemer gelijk en bepaalt dat een voornemen om met elkaar een vast dienstverband aan te gaan, geen keiharde toezegging of afspraak impliceert die de ondernemer verplicht een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te gaan. Alle vorderingen van de werkneemster worden daarom afgewezen.

De werkneemster gaat ondanks de duidelijke uitspraak van de kantonechter in hoger beroep.
Maar ook het Gerechtshof, bestaande uit drie raadsheren, stelt de ondernemer in het gelijk.

Na 2,5 jaar gaat de ondernemer ervan uit dat de werkneemster zich bij de laatste uitspraak van de rechter neerlegt. De werkneemster is echter een slechte verliezer. Ze wil in cassatie bij de Hoge Raad en heeft inmiddels cassatieadvies ingewonnen. De gerechtelijke procedures zijn dus nog steeds niet voorbij.
De ondernemer is inmiddels wel meer dan 20.000 euro aan advocaatkosten kwijt. Kosten die in Nederland helaas maar zeer gedeeltelijk door de verliezende partij worden vergoed.

De moraal van dit verhaal? Let goed op wat voor een arbeidsovereenkomst u gebruikt. Even een overeenkomst downloaden van internet of een overeenkomst gebruiken van een bevriende relatie? Of zelf even een zinnetje aan het contract toevoegen? Het kan allemaal desastreuse gevolgen hebben. Een schijnbaar onschuldig zinnetje kan jarenlange procedures met zich meebrengen, met alle kosten van dien.

Mathieu Wakim, specialist arbeidsrecht kan u adviseren over een degelijke arbeidsovereenkomst zonder verassingen.

Mathieu Wakim is oprichter van Allied Advocaten (www.alliedadvocaten.nl) en houdt kantoor te Baarn aan de Spoorstraat 2 en bereikbaar op telefoonnummer 06-205 88 966 of via e-mail