Ontslagprocedures

De bezwaar- en beroepsprocedures na een (ontslag)besluit

De bezwaarprocedure

Een werkgever kan niet zomaar een ontslagbesluit nemen. Zij is daarbij gebonden aan de zogenaamde “beginselen van behoorlijk bestuur”. Zo moet de werkgever voordat het ontslagbesluit genomen wordt, het voornemen aan de ambtenaar kenbaar maken en hem/haar of de door de ambtenaar ingeschakelde advocaat de mogelijkheid bieden om zijn/haar zienswijze op het voornemen naar voren te brengen.

De werkgever moet altijd een zorgvuldige afweging maken van alle belangen voordat zij het besluit neemt. Verder moet een werkgever afwegen of de nadelige gevolgen van het besluit wel evenredig zijn tot het met het besluit te dienen doel.

Als de werkgever de beginselen van behoorlijk bestuur niet in acht heeft genomen is de kans groot dat het ontslagbesluit na bezwaar of beroep wordt vernietigd.

Binnen 6 weken nadat het ontslagbesluit aan u bekend is gemaakt, kunt u bezwaar maken bij de overheidsinstelling, die het besluit genomen heeft. In de bezwaarprocedure die volgt moet de werkgever het besluit volledig heroverwegen.

Na het indienen van het (schriftelijke) bezwaar, volgt een zogenaamde mondelinge behandeling. Tijdens deze mondelinge behandeling van het bezwaar kan de ambtenaar en/of zijn advocaat zijn/haar visie op de zaak geven. Na de mondelinge behandeling neemt het overheidsorgaan een beslissing op het bezwaar. De hele bezwaarprocedure dient in principe binnen 6 tot 10 weken afgerond te zijn. In de praktijk duren deze procedures echter langer.

Het beroep

Wanneer de overheidsinstelling het bezwaar ongegrond heeft verklaard, kunt u tegen de beslissing op het bezwaar binnen 6 weken in beroep gaan bij de Rechtbank. De zaak wordt eerst schriftelijk door de betrokken partijen gepresenteerd. Na ongeveer 6 maanden volgt dan een mondelinge behandeling bij de rechtbank. De uitspraak volgt in principe binnen 6 weken na de mondelinge behandeling, maar de rechtbank mag daarvan afwijken en een langere termijn aanhouden.

Het hoger beroep

Na het beroep bij de rechtbank is binnen 6 weken na de uitspraak van de rechtbank, hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep mogelijk. Ook dit is net als bij de rechtbank een lange procedure.

Voorlopige voorziening

Omdat de bezwaar en beroepsprocedures zo lang duren en die procedures in principe het besluit niet schorsen, zou de beslissing op bezwaar of beroep wel eens als mosterd na de maaltijd kunnen komen. Om dat te voorkomen, kan het nuttig zijn in een spoedprocedure (de zogenaamde voorlopige voorziening), schorsing van het besluit te vragen, zodat het bestuursorgaan hangende het bezwaar en/of beroep het besluit niet kan uitvoeren. Ook kan gevraagd worden een bevel aan het bestuursorgaan op te leggen, bijvoorbeeld om een ambtenaar als herplaatsingkandidaat te behandelen tijdens een reorganisatie of om een ambtenaar te behandelen alsof hij nog in dienst is en dus zijn salaris door te betalen, ondanks het genomen ontslagbesluit.

Op het verzoek om een voorlopige voorziening wordt beslist door de voorzitter van het rechtelijke college dat bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak (dus de rechtbank of de Centrale Raad van Beroep).

De termijnen in de voorlopige voorziening zijn beduidend korter. Na indiening van het verzoek volgt in de regel binnen 6 weken een mondelinge behandeling door de rechtbank of de Centrale Raad van Beroep. Uitspraak volgt in de regel kort na de mondelinge behandeling.

Hoger beroep tegen een uitspraak in een voorlopige voorziening is niet mogelijk.